Vandaag liep ik over de Ten Katemarkt op zoek naar crayfish powder.
Voor wie niet bekend is met de Afrikaanse keuken: dat is zo’n ingrediënt waarvan je denkt dat je het overal kunt krijgen, totdat je het daadwerkelijk nodig hebt.
Ik woon inmiddels midden in Amsterdam. Je zou denken dat alles hier te vinden is. Maar na een tijdje zoeken begon ik toch te vermoeden dat ik hiervoor naar de Amsterdamse Poort moest. De Bijlmer. Daar waar de Afrikaanse supermarkten zitten en waar je waarschijnlijk meer bijzondere ingrediënten vindt dan ik in een hele middag in het centrum ben tegengekomen.
Maar toen gebeurde er iets wat ik zo leuk vind aan markten.
Ik raakte aan de praat met een vriendelijke meneer van een toko op de Ten Katemarkt. Geen kortaf “nee, hebben we niet”, maar een echt gesprek. Hij vroeg waar ik het voor nodig had, we hadden het over koken en uiteindelijk zei hij dat hij het voor me wilde bestellen.
Kijk, daar word ik blij van.
Je komt voor een product en je gaat weg met een verhaal.
En eerlijk gezegd past dat ook wel bij mij.
Het is trouwens niet de eerste keer dat ik daar iets bijzonders haal.
De vorige keer liep ik naar buiten met een enorme gedroogde catfish. Zo’n vis waarvan je je onderweg naar huis afvraagt of mensen denken dat je boodschappen hebt gedaan of net een viswedstrijd hebt gewonnen.

Die is inmiddels bijna op.
Deze keer ging ik een stap verder.
Ik kwam thuis met een gedroogde snoek.
Nog nooit geprobeerd.
Dus zoals bij veel dingen in mijn leven geldt: geen idee waar dit precies gaat eindigen, maar we gaan het gewoon ontdekken.
Misschien is dat ook wel waarom ik zo graag kook.
Er zit avontuur in.
Een nieuw ingrediënt.
Een nieuwe smaak.
En soms een gedroogde vis waarvan je drie dagen later nog steeds niet helemaal zeker weet hoe je hem het beste moet bereiden.
Mijn liefde voor de Afrikaanse keuken heb ik trouwens niet alleen opgedaan door mijn liefde voor koken.
Die heb ik ook een klein beetje te danken aan mijn bijzonder interessante multiculturele mannenkeuze door de jaren heen. 😉
Laten we eerlijk zijn.
De meeste vrouwen kopen een kookboek als ze iets nieuws willen leren.
Ik koos blijkbaar voor een praktijkopleiding.
Door de jaren heen heb ik mannen en vrouwen uit verschillende culturen leren kennen en daardoor maakte ik kennis met werelden die ik anders waarschijnlijk nooit zo van dichtbij had leren ontdekken.
De muziek.
De cultuur.
De gebruiken.
De familieverhalen.
En natuurlijk het eten.
Heel veel eten.
Zo ontdekte ik gerechten, kruiden en smaken waarvan ik vroeger nog nooit had gehoord. En eerlijk gezegd ben ik daar nog steeds dankbaar voor.
Niet elke relatie is voor altijd bedoeld.
Maar sommige mensen laten wel iets moois achter.
Soms zijn dat herinneringen.
Soms levenslessen.
En soms is het een recept waar je jaren later nog steeds blij van wordt.
Dat laatste vind ik persoonlijk ook een prima nalatenschap.
Koken heeft trouwens altijd al in mij gezeten.
Vroeger zat ik op de Berkhoff, destijds nog gevestigd naast het Amstelstation. Daar leerde ik de basis van het vak. Snijtechnieken, bereidingen, hygiëne, de hele mikmak.
Alleen liep ik toen tegen een klein probleem aan.
ADHD.
Waar anderen droomden van een carrière in een chic restaurant, stond ik veel liever in de spoelkeuken.
Serieus.
Geef mij een berg vieze borden, een schort en een beetje tempo en ik was gelukkig.
Terwijl anderen zich druk maakten over welke wijn bij welk gerecht hoorde, stond ik met plezier een halve keuken schoon te maken.
Ik ben namelijk nooit vies geweest van hard werken.
Dat zit er al mijn hele leven in.
Alleen stilzitten en theorie stampen? Dat is een ander verhaal.
Voor het examenjaar ben ik uiteindelijk gestopt.
Niet omdat ik niet kon koken.
Niet omdat ik niet wilde werken.
Maar omdat mijn hoofd alweer bezig was met drie nieuwe ideeën terwijl de rest nog bezig was met het huidige hoofdstuk.
Welkom in het hoofd van iemand met ADHD.
Misschien is dat ook waarom ik zo graag over markten loop.
Waarom ik uren kan praten met een onbekende over een ingrediënt.
Waarom ik blij word van een Afrikaanse soep die me terugbrengt naar herinneringen, gesprekken en momenten uit mijn leven.
Of waarom ik onderweg in de tram zomaar een gesprek aanknoop met een onbekende.
Vandaag had ik weer zo’n typisch Amsterdam-moment.
De tram stond stil voor een stoplicht. Niet bij een halte, gewoon midden onderweg. En ineens gingen de deuren open.
Naast mij stond een klein ouder Indisch vrouwtje. Zo eentje met een stokje, een zonneklepje en een uitstraling waarvan je spontaan denkt: wat bent u schattig.
We keken elkaar aan.
Keken naar die open deuren.
En ik zei:
“Volgens mij is dit niet helemaal de bedoeling.”
De tram bleef gewoon staan.
Een minuut lang.
Eigenlijk best lekker met deze warmte. Even wat frisse lucht naar binnen. Was waarschijnlijk ook de gedachte van de tramchauffeur.
Voor ons stonden een paar rode lelies in bloei.
Ze keek naar buiten en zei:
“Wel mooie bloemen. Beter dan die marktbloemen van tegenwoordig. Die zijn veel te chemisch. Misschien moet ik ze hier later maar komen halen.”
Ik moest lachen.
Maar toen kwam de opmerking die me helemaal liet schateren.
“Als je een hekel hebt aan je moeder of schoonmoeder, moet je haar marktbloemen kopen.”
Ik keek haar aan.
Zij keek mij aan.
En we lagen allebei dubbel.
Gewoon midden in een stilstaande tram.
Twee vreemden die elkaar waarschijnlijk nooit meer zouden zien.
Maar die wel even samen konden lachen om iets totaal onbenulligs.
Bij het uitstappen wenste ik haar een fijne dag en zij mij ook.
En toen liep ik verder.
Dat zijn van die momenten die je niet kunt plannen.
Geen grote gebeurtenissen.
Geen levensveranderende inzichten.
Gewoon even mens zijn met elkaar.
Terugkijkend denk ik dat dat misschien wel de rode draad is in alles wat ik doe.
In koken.
In schrijven.
In reizen.
In liefhebben.
In nieuwsgierig zijn naar andere culturen.
Ik verzamel geen perfecte recepten.
Ik verzamel geen perfecte mensen.
Ik verzamel verhalen.
En af en toe levert dat een hele goede maaltijd op.
Of een blog.

Geef een reactie