Als je ADHD hebt, is de kans groot dat iemand ooit tegen je heeft gezegd:
“Je moet gewoon een planner gebruiken.”
Gewoon.
Dat woord alleen al.
Alsof er ergens een magische planner bestaat die mijn afspraken onthoudt, mijn sleutels terugvindt, de was uit de machine haalt en mij eraan herinnert waarom ik de keuken in liep.
Geloof me.
Ik heb planners gehad.
Dure planners.
Mooie planners.
Planners met stickers.
Planners met kleurtjes.
Planners waarvan ik heilig overtuigd was dat dit dé planner was die mijn leven voorgoed zou veranderen.
En eerlijk?
Dat werkte ook.
Ongeveer drie dagen.
Daarna verdween de planner in een lade.
Niet omdat ik hem vergat.
Dat is namelijk het grappige.
Ik vergeet die planner helemaal niet.
Ik weet dat hij bestaat.
Ik weet zelfs ongeveer waar hij ligt.
Het probleem is dat mijn hoofd ondertussen alweer bezig is met vijftien andere dingen.
Dus neem ik hem mee.
Leg ik hem ergens neer.
Neem ik me voor hem straks te gebruiken.
En vervolgens verdwijnt hij tussen alle andere open tabbladen in mijn hoofd.
Veel mensen denken dat ADHD betekent dat je dingen vergeet.
Voor mij voelt het anders.
Voor mij voelt het alsof mijn hoofd soms gewoon vol zit.
Dat is ook hoe ik het aan mijn zoon uitleg.
“Schat, mama haar hoofd is even heel vol. Geef me een momentje.”
Niet omdat ik niet wil luisteren.
Niet omdat ik geen aandacht voor hem heb.
Maar omdat er op dat moment zoveel informatie tegelijk door mijn hoofd vliegt dat er simpelweg geen ruimte meer is voor een nieuw tabblad.
En eerlijk?
Ik denk dat veel vrouwen met ADHD dat herkennen.
Je bent niet moe van werken.
Je bent moe van denken.
Moe van schakelen.
Moe van onthouden.
Moe van alle losse eindjes die tegelijkertijd aandacht vragen.
Hoe voller mijn hoofd wordt, hoe vreemder de dingen worden.
Dan pak ik mijn telefoon om iemand te bellen.
Open vervolgens Instagram.
Bel niemand.
En vraag me twintig minuten later af waarom ik mijn telefoon ook alweer had gepakt.
Of ik loop naar boven.
Kom boven.
Sta stil.
En denk:
“Waarom ben ik hier?”
Om vervolgens naar beneden te lopen.
Halverwege de trap te herinneren wat ik boven moest doen.
En weer terug naar boven te lopen.
Mijn stappenteller vindt dat geweldig.
Mijn geduld iets minder.
Het ADHD-brein is soms net een internetbrowser met 47 tabbladen open.
En ergens speelt muziek.
Maar niemand weet waar vandaan.
Wat ik de afgelopen jaren interessant ben gaan vinden, is dat ons brein ook leerbaar blijkt te zijn.
Niet perfect.
Niet te genezen.
Maar wel trainbaar.
Ik heb me verdiept in oefeningen en programma’s die gericht zijn op aandacht, focus, werkgeheugen en schakelen tussen taken.
En nee.
Ik ga niet beweren dat dit voor iedereen werkt.
Ik ben geen wetenschapper.
Ik ben gewoon een vrouw met ADHD die nieuwsgierig genoeg was om dingen uit te proberen.
Maar ik merkte wel verschil.
Niet na één dag.
Niet na één week.
Maar langzaam.
Alsof mijn brein iets beter leerde omgaan met al die open tabbladen.
Alsof er af en toe eentje gesloten kon worden.
Wat ik daarbij wel heb geleerd, is dat timing belangrijk is.
Doe dit niet midden in een verhuizing.
Niet tijdens examens.
Niet in de week voor kerst.
Niet op het moment dat je leven al voelt alsof iemand tegelijkertijd een vuurwerkshow, een kinderfeestje en een spoedvergadering in je hoofd organiseert.
Je wilt juist een periode waarin er wat rust is.
Ruimte om te oefenen.
Ruimte om fouten te maken.
Ruimte om nieuwe gewoontes op te bouwen.
En dan zijn er natuurlijk de whiteboards.
De heilige graal van veel ADHD-coaches.
Want zichtbaarheid werkt.
Dat begrijp ik ook.
Popt er iets in je hoofd?
Schrijf het direct op.
Niet straks.
Niet vanavond.
Niet nadat je eerst nog even iets anders doet.
Nu.
Want over vijf minuten ben je het waarschijnlijk alweer kwijt.
Dus adviseren veel mensen grote whiteboards in huis.
In de keuken.
In de hal.
Bij je bureau.
Op plekken waar je er niet omheen kunt.
En eerlijk?
Ik geloof best dat het werkt.
Alleen zit ik met een klein probleem.
Ik kan niet tegen lelijke objecten in mijn huis.
Mijn ADHD zegt:
“Hang een gigantisch whiteboard op.”
Mijn interieurhart zegt:
“Absoluut niet.”
Ik heb zorgvuldig meubels uitgezocht.
Kleuren uitgezocht.
Sfeer gecreëerd.
En nu zou ik ineens tegen een enorm kantoorbord moeten aankijken alsof ik op de administratie van een middelbare school woon.
Nee hoor.
Dat gaat niet gebeuren.
Dus daar zit ik dan.
Mijn ADHD wil praktische oplossingen.
Mijn oog voor interieur wil rust en gezelligheid.
En die twee zijn regelmatig met elkaar in discussie.
Misschien is dat ook wel de rode draad van leven met ADHD.
Niet dat je geen oplossingen vindt.
Maar dat iedere oplossing weer een nieuw probleem introduceert.
De planner verdwijnt in een lade.
Het whiteboard verpest je woonkamer.
De herinneringsapp stuurde een melding die je wegveegde.
En de notitie die je maakte kun je vervolgens nergens meer terugvinden.
Toch ben ik tegenwoordig een stuk milder voor mezelf.
Want ik weet nu dat ik niet lui ben.
Niet ongemotiveerd.
Niet chaotisch omdat ik dat leuk vind.
Mijn hoofd is soms gewoon vol.
En eerlijk?
Dat inzicht heeft mij uiteindelijk meer rust gegeven dan alle planners, agenda’s, stickers, apps en whiteboards bij elkaar.
Al zou ik wel graag willen weten waar ik mijn planner heb gelaten.
Laten we eerlijk zijn.
We hebben allemaal wel zo’n ADHD-verhaal.
Dus vertel eens…
Wat is het meest bizarre voorwerp dat jij ooit kwijt bent geraakt terwijl het gewoon in je eigen huis lag?
Ik begin:
Ik heb ooit vijftien minuten gezocht naar mijn telefoon terwijl ik ermee in mijn hand door het huis liep.
Jullie beurt. 😅
Geef een reactie