Er is iets wat ik steeds beter begin te begrijpen.
Herstel voelt niet zoals ik dacht dat het zou voelen.
Ik dacht altijd dat er een moment zou komen waarop ik wakker zou worden en zou denken:
“Zo. Ik ben er vanaf.”
Maar zo werkt het niet.
Herstel is niet één groot overwinningsmoment.
Het zijn honderden kleine keuzes achter elkaar.
Sommige dagen gaan makkelijk.
Sommige dagen voelt het alsof je voortdurend met jezelf aan het onderhandelen bent.
Wat ik de afgelopen tijd heb geleerd, is dat je tegelijkertijd trots én bang kunt zijn.
Trots omdat je al zo ver bent gekomen.
Bang omdat je weet hoe kwetsbaar je nog bent.
Dat is misschien wel het gekste aan herstel.
Mensen zien vaak alleen de dagen dat je niet gebruikt.
Maar zij zien niet de gesprekken die je voert in je eigen hoofd.
Ze zien niet de momenten waarop je jezelf moet afleiden.
Ze zien niet de momenten waarop je jezelf toespreekt.
Ze zien niet de momenten waarop je denkt:
“Vandaag even niet.”
En daarna nog een keer.
En nog een keer.
En nog een keer.
Soms voelt herstel niet als kracht.
Soms voelt het als pure vermoeidheid.
Omdat je steeds opnieuw dezelfde keuze moet maken.
Toch begin ik iets anders te ontdekken.
Ik hoef het misschien niet alleen te doen.
Dat vind ik moeilijk om toe te geven.
Ik ben iemand die gewend is om door te gaan.
Om zelf oplossingen te zoeken.
Om mezelf weer overeind te trekken.
Daar ben ik trots op.
Maar misschien betekent sterk zijn niet dat je alles alleen doet.
Misschien betekent sterk zijn soms ook dat je toegeeft dat je steun nodig hebt.
Dat je eerlijk bent tegen jezelf.
Dat je hulp vraagt voordat het misgaat in plaats van nadat het mis is gegaan.
En misschien is dat wel de grootste verandering die ik voel.
Niet dat alle verleidingen weg zijn.
Niet dat alle oude patronen verdwenen zijn.
Maar dat ik ze begin te herkennen.
Dat ik mezelf serieuzer neem.
Dat ik luister wanneer mijn hoofd moe is.
Dat ik rust neem wanneer mijn lichaam daarom vraagt.
Dat ik niet meer voortdurend op zoek ben naar iets of iemand om de leegte op te vullen.
Ik ben bezig een leven op te bouwen waar ik zelf graag in wil wonen.
Een veilig huis.
Een rustige plek.
Een plek waar dankbaarheid woont.
Een plek waar herstel welkom is.
En nee, ik ben er nog niet.
Maar misschien is dat ook niet het punt.
Misschien is het punt dat ik nog steeds onderweg ben.
En dat ik vandaag opnieuw heb gekozen voor mezelf.
Daar mag ik trots op zijn.
En als jij dit leest terwijl je zelf aan het vechten bent met iets wat niemand ziet:
Wees ook trots op jezelf.
Niet alleen op de grote overwinningen.
Maar vooral op de dagen waarop niemand zag hoe hard je gevochten hebt.
Want vaak zijn dat juist de dagen die het meest tellen.
Geef een reactie