
Toen ik nog in Emmen woonde, ging ik regelmatig met mijn zoon naar Wonderwereld in Ter Apel.
Als je er ooit bent geweest, weet je precies wat ik bedoel. Overal zijn verborgen hoekjes, kleine huisjes, kabouters, trolletjes en fantasiewezens verstopt tussen het groen.
Er was één plek waar ik altijd bleef hangen.
Een grotachtige opstelling met een paar trolletjes rond een groot ei en een kampvuurtje.
Tenminste… ik dacht altijd dat het gewoon trolletjes waren.
Iedere keer als we er langs liepen, trok die scène mijn aandacht. Niet omdat het de mooiste plek van het park was, maar omdat er iets aan was wat me raakte.
Ik kon alleen nooit uitleggen waarom.
Pas nu begin ik het een beetje te begrijpen.
De afgelopen tijd heb ik veel gelezen over ADHD en de theorie dat sommige eigenschappen van mensen met ADHD vroeger juist voordelen waren.
In de tijd van jagers en verzamelaars was het handig om alert te zijn.
Om alles op te merken.
Om nieuwsgierig te zijn.
Om snel te reageren op veranderingen.
Om nieuwe paden te ontdekken waar anderen gewoon rechtdoor liepen.
Eigenschappen die tegenwoordig soms als lastig worden gezien, waren vroeger misschien juist heel waardevol.
En toen keek ik opnieuw naar die foto.
Ineens zag ik geen trolletjes meer.
Ik zag iets anders.
Ik zag eenvoud.
Een schuilplaats.
Samen eten bereiden.
Leven met wat de natuur geeft.
Geen agenda.
Geen targets.
Geen eindeloze lijstjes.
Geen honderden meldingen per dag.
Gewoon leven.
En misschien was dat precies wat me altijd aantrok.
Niet de fantasiefiguren.
Maar het gevoel.
Het gevoel van een leven dat dichter bij onze natuur staat.
Want als ik eerlijk ben, heb ik een groot deel van mijn leven geprobeerd mee te draaien in systemen die voor mij ontzettend veel energie kostten.
Drukke banen.
Deadlines.
Verwachtingen.
Altijd beschikbaar zijn.
Altijd doorgaan.
En hoewel ik daar ook veel van heb geleerd, voelde het vaak alsof ik tegen de stroom in zwom.
Alsof iedereen een handleiding had gekregen die ik nooit had ontvangen.
Nu ik meer begrijp over mijn ADHD, kijk ik anders naar mezelf.
Niet als iemand die kapot is.
Niet als iemand die tekortschiet.
Maar als iemand met een brein dat misschien simpelweg anders werkt.
Een brein dat rust nodig heeft.
Ruimte nodig heeft.
Natuur nodig heeft.
En misschien verklaart dat ook waarom ik jarenlang gefascineerd was door een paar trolletjes in een grot in Ter Apel.
Misschien keek ik niet naar een sprookje.
Misschien herkende ik iets.
Iets wat diep van binnen al wist dat er meer manieren zijn om te leven dan alleen maar rennen, presteren en voldoen aan verwachtingen.
Misschien herkende ik een stukje van mezelf.
En soms denk ik dat onze intuïtie dingen al begrijpt, lang voordat ons hoofd ze kan uitleggen.
Misschien zijn sommige plekken niet bijzonder omdat we ze begrijpen. Misschien begrijpen we ze pas jaren later, omdat ze ons al die tijd iets probeerden te vertellen.
❤️
Herken jij dat? Een plek, een beeld of een herinnering die je jarenlang is bijgebleven zonder dat je wist waarom?
Geef een reactie