Toen ik verhuisde van 65 vierkante meter naar een knusse 35 vierkante meter, moest ik keuzes maken.
Veel keuzes.
Heel veel keuzes.
Want laten we eerlijk zijn.
Als je jarenlang spullen van huis naar huis sleept, komt er een moment waarop je jezelf moet afvragen:
“Waarom bezit ik dit eigenlijk nog?”
Sommige spullen waren makkelijk.
Weg ermee.
Andere spullen waren lastiger.
Niet omdat ze waardevol waren.
Maar omdat ik ze al zo lang had.
Ze waren onderdeel geworden van mijn decor.
Net als die ene plant die eigenlijk dood is, maar nog steeds in de woonkamer staat omdat je hem al vijf jaar hebt.
Ik besloot iets anders te doen.
Ik pakte alleen in waar ik een goede vibe bij voelde.
Klinkt zweverig?
Wacht maar.
Dat betekent dus dat ik letterlijk met een voorwerp in mijn hand stond en dacht:
“Wil ik jou meenemen naar mijn nieuwe leven?”
En geloof me, sommige spullen zakten glansrijk voor het examen.
Ik ontdekte dat ik jarenlang dingen had meegesleept waar ik helemaal niets meer mee had.
Geen herinnering.
Geen functie.
Geen plezier.
Alleen gewoon…
aanwezigheid.
En omdat ik een free spirit ben, had ik ergens diep van binnen een heel ander plan.
Het liefst had ik een groot kampvuur gemaakt.
Een ceremonie.
Muziek erbij.
Misschien een bloemenkrans.
Een spirituele afsluiting van alles wat niet meer bij me paste.
Maar ik vermoed dat moeder natuur daar iets minder enthousiast van was.
Dus heb ik gekozen voor de iets minder romantische versie.
De ontruimingsdienst.
Geen trommels.
Geen vuur.
Geen spirituele dans.
Gewoon een man met een busje.
Ook effectief.
En eerlijk?
Het voelde geweldig.
Niet omdat ik spullen wegdeed.
Maar omdat ik ruimte maakte.
Voor nieuwe herinneringen.
Nieuwe energie.
Nieuwe ideeën.
En misschien nog wel belangrijker:
voor de versie van mezelf die ik nu aan het worden ben.
Want soms zijn het niet alleen spullen die je loslaat.
Soms laat je een oude versie van jezelf achter.
En daar heb je geen kampvuur voor nodig.
Een ontruimingsdienst werkt blijkbaar ook prima.
Geef een reactie